030 236 1500 | Mariahoek16-17 | 3511 LG Utrecht oikos@stichtingoikos.nl

Kort geleden las ik een artikel in NRC met als titel ‘Stop met streven naar geluk’ (18 mei jl). Een titel die uitnodigt tot verder lezen… Leiden we niet allemaal graag een gelukkig leven? Volgens de Amerikaanse psychologe Emily Esfahani Smith maakt het najagen van geluk mensen alleen maar ongelukkiger. In haar recent uitgekomen boek ‘De kracht van betekenis’ spreekt ze van een misplaatste geluksobsessie in de westerse cultuur. We jagen het verkeerde doel na. „Geluk is iets dat komt en gaat. Het kan hoogstens een bijproduct zijn van een zinvol leven”, aldus Esfahani in NRC. We kunnen geluk niet afdwingen, terwijl we wel degelijk invloed kunnen uitoefenen op de betekenis van ons bestaan.

Een zinvol leven dus. In haar boek wijst Esfahani op een studie uit 2013 waaruit bleek dat mensen een gelukkig leven vooral associëren met een gemakkelijk leven: een leven waarin men zich goed voelt, weinig stress of zorgen heeft. Daarentegen hadden associaties bij een zinvol bestaan vooral betrekking op ‘geven’. Vanuit die beleving kunnen een gelukkig en een zinvol leven botsen. Zo bleek het hebben van kinderen te worden geassocieerd met een zinvol leven. Maar het leverde lagere geluksscores op. Ander onderzoek bevestigt dit beeld. Lijken we in het Westen iets wezenlijks te zijn verleerd?

In haar boek haalt Esfahani talloze voorbeelden aan om duidelijk te maken hoe, naar haar overtuiging, zinvolle activiteiten uiteindelijk leiden tot een diepere vorm van welbevinden. Ze onderscheidt op basis van uitgebreid onderzoek vier pijlers voor een zinvol leven. Bij deze pijlers zie ik een link met grote maatschappelijke vragen van onze tijd. En met het werk van Oikos. De pijlers overtuigen mij nog meer van de gedachte dat voor een benodigde transitie naar een meer duurzame, leefbare en eerlijke wereld, we als maatschappelijke organisaties iets meer de psychologie (en de filosofie) mogen omarmen, ons erdoor mogen laten inspireren. En ons misschien iets minder moeten blind staren op (beïnvloeding van) structuren en beleid en op projectmatig werken met SMART geformuleerde doelen.

De eerste pijler voor een ‘zinvol leven’ gaat om ergens bijhoren, aldus Esfahani. Mensen hebben de behoefte belangrijk te zijn voor een ander, aan wederzijdse zorg in relaties en aan aangename interacties. De tweede pijler houdt daar naar mijn mening verband mee. Die gaat over de behoefte van mensen om een positieve bijdrage aan de wereld te kunnen leveren. Dat hoeft niet iets groots te zijn. Menig onderzoek wijst uit dat mensen die een tijd lang elke dag iets goeds doen voor een ander, zoals een compliment geven of boodschappen doen voor een oude buurman, niet alleen de ander een goede dag bezorgen, maar ook bij zichzelf een bijzonder positief effect teweeg brengen. In menig tijdschrift en zelfhulpboek-voor-een-gelukkig-leven (of was het nou zinvol leven?) wordt dit de lezer als tip voorgehouden. Een kwestie van doen en ervaren.

De derde pijler die Esfahani onderscheidt is de behoefte van mensen om verhaal te maken van hun leven, in de context van een betekenisvolle wereld. Verhalen helpen om orde in de chaos te scheppen, om de wereld zin te geven en onze plaats daarin te zien. Dat doet mij denken aan de vele, nogal markante politiek leiders die de afgelopen jaren ten tonele zijn verschenen, vaak democratisch verkozen. Het zijn stuk voor stuk leiders met een verhaal, ongeacht hoe je het verhaal karakteriseert – links of rechts, populistisch, idealistisch of anderszins. Ze geven mensen een houvast in een onzekere, geglobaliseerde wereld. Ze verbinden mensen met elkaar – niet zelden overigens door anderen uit te sluiten. Dat doet me ook denken het werk van onder andere Bas Heijne. Hij verklaart het onbehagen in de samenleving vanuit een gebrek aan verbinding tussen mensen, een niet serieus nemen van de basale behoefte aan het vormen van een betekenisvolle gemeenschap.

De vierde pijler gaat tot slot om boven het alledaagse uitstijgen, of transcendentie, zoals Esfahani het noemt. Ze doelt op verlichtingsmomenten, openbaringen. Momenten die mensen diep ontroeren. Iedereen kent wel die momenten, moeilijk te omschrijven maar vol van betekenis. De zin die we eraan ontlenen, geeft ons een gevoel van verbondenheid met de ander en de wereld.

De rode lijn in deze vier pijlers voor een zinvol leven is volgens mij de behoefte van de mens aan betekenisvolle verbinding, met zichzelf, met de ander, met de wereld. Ik denk dat als we in staat zijn werkelijk ruimte te maken voor deze behoefte, en voor dat wat het eventuele ontbreken ervan met ons doet of heeft gedaan, we al een belangrijke eerste stap hebben gezet op weg naar een samenleving waarin minder sprake is van segregatie, van grote verschillen, van angst voor de (onbekende) ander en van uitbuiting van natuurlijke hulpbronnen. Het is aan ons allemaal om die ruimte te creëren op een constructieve, zinvolle wijze.

Dat vergt inspanning op de terreinen van opvoeding van en onderwijs aan onze kinderen. En dat vraagt van ons, volwassenen, om het creëren van ruimte – fysieke ruimten en ruimte in onze agenda’s, in onze drukke hoofden – om, alleen en met elkaar, te reflecteren op de relatie met onszelf, met naasten en (verre) anderen en met de (natuurlijke en materiële) wereld om ons heen. Om stil te staan en van daaruit te ervaren, te voelen en te handelen. Niet omdat er een wereld te redden is en wij aan zet zijn, iets moeten doen en wel nu. Maar omdat we misschien wel een beetje vergeten zijn hoe goed voor onszelf te zorgen, betekenis te geven aan ons leven. Als dat ons wat beter afgaat, zo is mijn overtuiging, zullen we ons, als vrijwel vanzelf, meer bekommeren om en inzetten voor een leefbare en eerlijke wereld.

Grote woorden. Die misschien wel in een nog groter woord zijn samen te vatten: het gaat in de kern om liefde. Dat brengt een heel ander perspectief met zich mee op (het ‘werken aan’) de relatie tussen onszelf en anderen, de wereld. Maar hoe maken we dat concreet en geven het handen en voeten? Misschien helpt het om te proberen iets minder hard rennen in ons streven naar geluk. Dan kunnen we wat tijd maken om hierover na te denken. En stappen te zetten. Alleen, als groep, als buurt of wijk, als organisatie, als (politiek) leider. We staan daarin overigens niet aan het begin. Overal zie je initiatieven in deze richting ontstaan. Ook het werk van Oikos rond ‘pleisterplaatsen’ sluit hierbij aan, evenals dat rond voedselbanken, maatschappelijk onbehagen en dialogue for peaceful change. Meestal geen initiatieven die in korte tijd concreet resultaat opleveren. En dat bedreigt nogal eens de continuïteit. Maar bij een waardengedreven transitie, bij het centraal stellen van verbinding, van liefde zo je wilt, doen we onszelf tekort om activiteiten alleen maar langs de bekende en o zo vertrouwde meetlat van efficiëntie te leggen. Voor een alternatieve, of op zijn minst complementaire, meetlat kunnen we ons laten inspireren door mensen als Esfahani.

Judith Grootscholten
juni 2017