Bekijk nu het dossier met verslagen, toespraken en achtergrondartikelen
Zo’n vijftig pastores zijn op 15 februari naar Utrecht gekomen voor de werkconferentie over populisme en pastoraat. De pastores komen uit verschillende kerken: er zijn voorgangers bij uit protestante (PKN), katholieke, oud-katholieke, gereformeerd-vrijgemaakte en doopsgezinde gemeentes en parochies. De vraag hoe ze de vrees van gelovigen dienen te verstaan, was voor geen van de aanwezigen een eenvoudige vraag. “Als je de bijbel uitlegt, ben je altijd bezig met politiek”.
Een pastoraal werker schetste de problematiek als volgt: “Het allermoeilijkste van mijn werk als pastor vind ik het praten met mensen die zeggen ‘die buitenlanders moeten zich maar aanpassen of anders oprotten’. Wat kan ik in zo’n situatie doen?” De aanwezige pastores herkenden haar probleem. Als een pastor het eerdergenoemde gemeentelid antwoordt dat er toch veel wel goed gaat in de multiculturele samenleving, dan komt dat niet aan. Bestaande beelden en ervaringen krijg je daar niet mee ‘weggepraat’. Zomaar meegaan met de klacht is voor veel pastores echter ook geen optie. Maar door een tegenvraag te stellen (‘wat bedoel je nu eigenlijk als je dat zegt?’), komt er wellicht ruimte voor nuancering en een gesprek over de achterliggende redenen.
Hoe je zo’n situatie ook aanpakt, het verwijt dat je het niet goed doet ligt altijd op de loer en kan uit verschillende hoeken komen. Ten eerste kan je makkelijk in botsing komen met andere gemeenteleden: “Als je politieke uitspraken doet, loop je heel snel het risico om een deel van je gehoor in de kerk kwijt te raken”. Ten tweede kan je ook verwijten van collega’s op de hals halen. De strategie van de pastor die ervoor koos om tijdens een preek op 4 mei een concrete vergelijking te trekken tussen de PVV en de NSB, werd bekritiseerd door een aantal collega’s, die zich afvroegen wat voor effect zo’n vergelijking heeft. Ten derde maak je je al snel zelf verwijten: “Verplaats ik me wel écht in de zorgen die mensen uiten?” Om geloofwaardig te zijn als pastor zal je voor jezelf moeten nadenken over je eigen positie: “waar ligt mijn eigen vrees?”.
Tijdens de werkconferentie kwam één aanbeveling telkens weer bovendrijven: wees als pastor authentiek. Dit devies geldt voor de pastor in de oude wijken van de grote steden, maar evenzeer voor de pastor in de ‘witte wijken’. Jurjen Beumer, pastor en directeur van Stem in de Stad, raadde aan om dicht bij je spirituele zelf te blijven, dan kom je ook bij de spirituele ander. Beumer: “Mensen weten van mij hoe ik politiek gezien over bepaalde dingen denk. Ik leer uit ontmoetingen met anderen, ik betrek ze op mezelf, maar ik wijs ook af en oordeel ook.” Bram Grandia van het IKON pastoraat wees op de aanbeveling van buurtpastor Titus Schlatman om permanent aanwezig te zijn in de wijk en te luisteren naar de klachten. “Geef inhoud aan je eigen overtuiging en zet je niet alleen maar af tegen iets." Trouw-journalist Willem Breedveld benadrukte tot besluit dat de kerk de kracht heeft om met het verschil om te gaan: “De velerlei verschijningsvormen van Gods Geest geven kleur en vorm aan Gods pluriformiteit”.
Lees meer in het
dossier over dit onderwerp, met een keus aan achtergrondartikelen, verslagen en toespraken.