030 236 1500 | Mariahoek16-17 | 3511 LG Utrecht oikos@stichtingoikos.nl

Al 25 jaar wordt er gesproken over duurzame ontwikkeling. Maar waarom laat een definitieve omslag naar duurzaamheid nog steeds op zich wachten? Die vraag staat centraal in het nieuwe boek van Christiaan Hogenhuis De ceder en de saxofoon.

De term ‘duurzame ontwikkeling’ werd voor het eerst gebruikt in 1987, toen Our Common Future (het zogenaamde Brundtlandrapport) verscheen. Vanaf de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling van 1992 in Rio de Janeiro werd ‘duurzame ontwikkeling’ erkend als uitgangspunt voor het beleid van de Verenigde Naties.

cederendesaxofoonVijfentwintig jaar zijn verstreken sinds het verschijnen van Our Common Future en deze zomer vindt de conferentie Rio+20 plaats. Overal borrelt het van de duurzame initiatieven: bij burgers, in bedrijven, op scholen, in kerken etc. Toch blijft een echte doorbraak naar een duurzame en rechtvaardige wereld uit. Ondanks de inspanning voor de Millenniumdoelen (die in 2000 werden opgesteld), is de wereldwijde armoede en ongelijkheid eerder toegenomen, dan afgenomen. Ondertussen groeit de Mondiale Ecologische Voetafdruk al maar door. We hebben voor onze manier van leven eigenlijk al anderhalve aardbol nodig.

Op basis van het werk van Stichting Oikos op het gebied van duurzame ontwikkeling, wijst Hogenhuis in zijn boek een aantal oorzaken aan voor de trage voortgang op dit gebied. Het werk van de talloze organisaties, bedrijven en burgergroepen is sterk versnipperd. Er is nog veel onenigheid over de betekenis van de begrippen welvaart, groei, en duurzaamheid en over de vraag of welvaart en groei samen kunnen gaan met duurzaamheid. Ook zijn er nog te weinig aansprekende beelden van hoe een duurzame toekomst eruit zou kunnen zien en wat deze aan welvaart en welzijn oplevert.

De ceder en de saxofoon pleit voor een radicale koerswending in het werken aan duurzame ontwikkeling, wereldwijd en bij uitstek in Nederland. Het gaat dan om een koerswending naar samenwerking. Daarbij nemen we afscheid van ideologische scherpslijperij, ten gunste van het zoeken naar een gedeelde toekomstvisie. Het boek pleit niet voor samenwerking op basis van één uniform en onveranderlijk masterplan, maar op basis van creatieve verbeelding, experimenteren en onderling afstemmen. Improviseren noemt Hogenhuis dat in één woord.

Het boek bespreekt relevante sociaalwetenschappelijke inzichten omtrent maatschappelijke verandering en gedragsverandering. Ook wordt een poging ondernomen tot het uiteenrafelen van de discussie over welvaart, groei, de eisen van ontwikkeling en rechtvaardigheid en de grenzen van duurzaamheid. Tot slot geeft Hogenhuis een voorzet voor een maatschappelijke strategie van improvisatie, gericht op een diepgaande transitie naar een meer volwassen benadering van de economie, waarin welvaart en welzijn zich ontwikkelen zonder per se te groeien. Daarmee gaan we naar een duurzame welvaart, die niet staat voor een hoeveelheid geld, maar voor de mate waarin we een goed leven kunnen leiden.

Wie goed om zich heen kijkt merkt dat het improviseren op een volwassen economie en duurzame welvaart al volop gaande is. Maar het ontbreekt nog aan de benodigde afstemming. Pas als organisaties, bedrijven, overheden en burgers hun uiteenlopende acties en keuzes meer op elkaar laten aansluiten, komt een echte beweging op gang en breekt een duurzame samenleving definitief door.

Christiaan Hogenhuis, Damon/Oikos/Kerk en Wereld, 2012
ISBN 978 94 6036 026 8, 320 pagina’s, € 27.50

Bestel het boek via oikos@stichtingoikos.nl